Actueel

Pak de regie bij de inzet van specialistische voorzieningen

In de tweede blog beschreven we valkuilen en knelpunten in het doen van een goed onderzoek bij een cliënt die hulp of ondersteuning zoekt in de vorm van een Wmo voorziening of individuele Jeugdhulp. Tijdsdruk en/of gebrek aan onderzoeksmiddelen kan leiden tot onvoldoende onderzoek, geforceerde beslissingen en het toekennen van voorzieningen die feitelijk niet werkelijk noodzakelijk, effectief of doelmatig zijn. De consulent kan écht de regie nemen door drie perspectieven te onderscheiden: onderzoek naar de cliënt, onderzoek naar de ondersteuning en dynamische indicatiestelling.

Perspectief 1: Onderzoek naar de cliënt

Voor zorgvuldig onderzoek na een melding moeten – zoals benoemd en bekrachtigd door uitspraken van de Centrale Raad voor Beroep (CRvB) – de volgende vragen worden beantwoord:

  • Wat is de hulpvraag?
  • Wat zit daar achter (medische belastbaarheid, individuele behoefte)?
  • Wat is de nabije toekomstverwachting?
  • Wat zijn de bouwstenen van een integrale oplossing?
  • Is een specialistische voorziening noodzakelijk?

Perspectief 2: Onderzoek naar de ondersteuning

Er bestaat (met uitzondering van hulp bij het huishouden) geen gevalideerd kader voor het exact bepalen van de aard en omvang van de individuele voorziening, die in de vorm van een dienst, zorg of ondersteuning wordt geleverd. Om de inzet van bijvoorbeeld het aantal uren ‘begeleiding’ te bepalen, is het niet voldoende om alleen uit te gaan van het onderzoek naar de cliënt.

Dat is ook niet vreemd. In de reguliere gezondheidszorg weet bijvoorbeeld een verwijzend huisarts ook niet precies welke onderzoeken en interventies een medisch specialist gaat inzetten. Een verwijzend huisarts kan zich wel een oordeel vormen over de aanpak van de medisch specialist. Ditzelfde geldt voor een consulent. Een consulent is prima in staat om een ondersteuningsplan te toetsen op actualiteit, relevantie, realisme, doelen, aard & omvang van de aanpak, beoogde termijn van inzet en evaluaties.

Perspectief 3: Beslissen in onzekerheid door dynamische indicatiestelling

Tot slot dient passend rekening gehouden te worden met het ‘beslissen in onzekerheid’. Zie dit niet als beperking of bedreiging, maar als een uitgesproken kans voor zogeheten ‘dynamische indicatiestelling’. Tijdens het proces van indicatiestelling tot evaluatie, wordt door verschillende betrokkenen (cliënt, consulent én aanbieder) informatie gegenereerd. Door de noodzaak voor een individuele voorziening op meerdere momenten opnieuw te beoordelen, kunnen beslissingen met steeds meer zekerheid worden genomen. Hierdoor wordt het risico op zinloze of te weinig betekenisvolle ondersteuning beheerst.

In de volgende blog kun je lezen hoe wij deze aanpak bij één van onze opdrachtgevers hebben vormgegeven.

Huub Houben, arts, adviseur kwaliteit en rechtmatigheid

Wilt u meer weten over het sturen op en onderzoeken van rechtmatigheid in de Wmo en Jeugdwet? Wij bieden meerdere trainingen aan. Klik hier voor de training ‘Zorgvuldig onderzoek naar aanbieders’, klik hier voor de training ‘Zorgvuldig onderzoek naar cliënten’ en hier voor de training ‘C-DATE’. Of brainstormt u graag eens met een expert van onze partner Zorg-Lokaal op het gebied van rechtmatigheidsonderzoek? Vraag dan hier een vrijblijvend gesprek aan.

Deze operationeel gerichte blog is de derde uit een serie van vijf. De serie is gebaseerd op het in de praktijk onderzoeken van en werken aan kwaliteit in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet in de afgelopen jaren.

Lees hier de eerste blog uit deze serie.
Lees hier de tweede blog uit deze serie.
Lees hier de vierde blog uit deze serie.
Lees hier de vijfde blog uit deze serie.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Contact